Navigation Menu+

Biologische aardbeien

Het grootste verschil tussen biologische en gangbare aardbeien is wellicht dit: alle biologische aardbeien worden in volle grond geteeld, nooit op substraat of hydrocultuur. En dat geldt ook voor de serre: ook in de serre staan de biologische aardbeiplantjes met hun wortels in de volle grond. 

Onze aardbeiplanten worden nagenoeg elk jaar opnieuw uitgeplant. Ze zullen ze elk jaar op een ander (stuk) perceel terecht komen: dat heet vruchtwisseling of teeltrotatie. Het is een eeuwenoude techniek die door de biologische boeren in ere is hersteld. Het zorgt ervoor dat de bodem niet uitgeput of besmet geraakt door telkens dezelfde teelten te dragen.

Om de bodem te voeden maken we gebruik van van dierlijke mest, afkomstig van onze eigen geiten of varkens. Kunstmest is niet toegelaten. Kunstmeststoffen verstoren het bodemleven, waardoor de bodemvruchtbaarheid op termijn afneemt. Bovendien leidt een te hoog gebruik van kunstmest tot verontreiniging van het grond- en oppervlaktewater.

Als biologisch teler moeten we biologisch plantgoed aankopen. Belangrijk is ook dat we andere rassen aanplanten. Smaak is prioriteir, maar ook een hoge natuurlijke resistentie tegen ziekte telt mee. Uiteraard zijn ook een voldoende opbrengst en houdbaarheid van de vrucht belangrijke criteria waar we rekening mee houden.

Een biologisch teler mag geen gebruik maken van herbiciden, van welke aard ook. Onkruid concurreert met de aardbeiplant om water, licht en voedingsstoffen in de bodem, en kan een broeihaard voor ziektes en plagen worden. We kunnen onkruid alleen bestrijden door de grond voor het planten op een mechanische manier vrij van onkruid te maken. Wij zetten hier ook onze varkens voor in. Goed begonnen is half gewonnen. Van zodra de aardbeiplantjes zijn uitgezet, helpt bodembedekking

Een gangbare boer kan met behulp van herbiciden, zoals bijvoorbeeld glyfosaat, het onkruid op een perceel verdelgen, vooraleer hij gaat planten.

Om de aardbeiplanten te beschermen tegen ziektes en plagen, zorgen we voor zo goed mogelijke teeltomstandigheden. Een goede bodemstructuur, voor voldoende irrigatie en verluchting, en zoals hierboven gesteld, voor geschikte rassen en ruime vruchtwisseling. Verder gebruiken we natuurljke vijanden als roofmijten en sluipwespen of lieveheersbeestjes, tegen ongewenste beestjes als bladluizen, spint en trips.

Alle maatregelen hierboven zorgen niet alleen voor een faire lekkere aardbei, maar ook voor een vrucht die veel minder irrigatie vraagt, en dus minder gevoelig is voor extreme periodes van droogte. Er komt geen enkel scheikundig product kijken bij de teelt. Dus geniet gerust van deze goddelijke vrucht. Bij ons enkel vanaf begin mei, met piek in juni en al einde van het seizoen in juli!

Tekst: met dank aan bioforum (www.biomijnnatuur.be)