Navigation Menu+

Bescheten commissie

Markten, dat is voor mij een werkwoord geworden. Ik markt. Het houdt vooral in dat we nog voor de opkomende zon sleuren met parasols, buizen en kisten. Dat het nog donker is, maakt dat we ook vaak het hele marktplein doorkruisen met kabels, om even later, bij het insteken van de stekker, het kraam te laten oplichten in de duisternis.

In kortrijk, waar ik nog maar zo’n 2 maand een kraampje opzet, staat de stekkerkast naast een buizenconstructie, wat in de zomer een fontein zou moeten zijn. Verscholen achter al die inox buizen, ik had er nooit eerder op gelet, viel nu pas mijn oog op een bronzen beeld. Bovenop een betonnen sokkel, veel groter dan een mens in feite echt kan zijn. Schuilend onder een nog veel grotere es. Met mijn kabelrol in de hand liep ik curieus naar de sokkel, waarop in het licht van een lantarenpaal te lezen staat: ‘Jan Palfyn’. Tot nu toe voor mij alleen een Gents ziekenhuis, maar nu dus ook een bronzen beeld in Kortrijk.

Terugwandelend naar mijn ondertussen opgelichte kraam, bleef bronzen Jan nog wat in mijn gedachten. Onder de gloed van de lampenslinger, zorg ik er eerst voor dat het kraam, met zijn vele inwonende groenten en fruit, er alweer piekfijn uitziet. Maar op zo’n maandagmorgen, in koude gure wind, is markten voor de kortrijkzanen geen werkwoord, en sta ik met mijn handen aan mijn kacheltje maar wat te koekeloeren. Ik haal mijn smartphone boven en tik ‘Jan Palfyn’. Ik onderwijs mezelf in vaderlandse geschiedenis. Het blijkt een man te zijn die bij nachte dode kortrijkzanen ging opgraven, om ze open te snijden en zo het  menselijk lichaam te leren kennen. Kwaad achternagezeten door de nabestaanden, vluchtte hij richting Gent. Pas na zijn dood werd ontdekt hoeveel kennis we aan deze man te danken hebben.

Het einde van de markt is nabij, dat zie ik omdat de duiven komen aanvliegen. Da’s hier wekelijks zo. Die beesten weten exact wanneer ze kunnen komen eten van de achtergebleven kruimels van het mattentaartenkraampje. Even later is mijn hele kraam al weer verdwenen in mijn camion. De duiven zijn weer weg, en een stadsarbeider neemt de duiventaak over. Met een grote zuigende slurf schuimt hij het marktplein af, een rijdende stofzuiger voorttrekkend. Ik moet nu enkel mijn kabel nog terug oprollen. Al draaiend aan mijn haspeltje zie ik nu waar de duiven gebleven zijn. Ze schijten op Jan Palfyn. De ene vanop zijn schouder, de rest van de meute van in de takken van de es. Zijn verdiende loon wellicht. Had hij de doden met rust gelaten, had hij nooit bescheten geweest.

Tot gauw, 
Jens 

Iets nodig om te eten? Je weet ons hier wel te vinden in tussentijd.

Enthousiaste boer vanBioboerderij Koolmees in Ichtegem, Winkelier bij Boer Bas in Brugge en marktkramer in Torhout (woensdag), Sint-Michiels-Brugge (zondag) en Kortrijk (maandag/vrijdagnm.).